Wat zegt de wetenschap over dromen

Je wordt wakker en voelt nog de nasleep van je droom. ‘Heb ik nu echt gedroomd dat ik ……….?’ Hoe kan ik zulke bizarre ideeën hebben? Wat zou dit betekenen?

Binnen de wetenschap zijn er verschillende theorieën om dromen te verklaren. Vroeger was het analyseren van dromen een taboe binnen de wetenschap.

Al eeuwen terug probeerde men betekenissen van dromen te ontdekken. Hierbij werden dromen in de oudheid verklaard vanuit de verschillende geloven. Door middel van het ontcijferen en analyseren van de symboliek van de droom, probeerde men boodschappen te achterhalen. Zo verklaarde het Christendom dat sommige dromen een profetische boodschap van god waren. De Chinezen dachten daarentegen dat de ziel van de mens tijdens het dromen uit het lichaam trad en rond ging zwerven.

Sigmund Freud, ook wel bekend van de psychoanalyse, had ook zijn ideeën over dromen. Hierbij schreef hij zijn boek Traumdeutung, waarbij hij dromen ‘de koninklijke weg naar kennis van het onbewuste’ noemde. Freud stelde dat dromen de sleutel zouden zijn tot inzicht in de psyche en psychische aandoeningen. Dromen zouden boodschappen zijn uit het onderbewuste en van groot belang voor de psychoanalyse. De nachtelijke visioenen, hoe Freud dromen benoemde, zouden ons helpen om gebeurtenissen uit ons dagelijks leven op een andere manier te verwerken dan als we wakker zijn.

Omdat er tijdens onze dromen de extra laag van ratio, die invloed heeft op het interpreteren van de dag als we wakker zijn, uitgeschakeld zou zijn, zouden onze dromen onze diepste wensen vervullen. Omdat deze wensen vaak seksueel of agressief waren, waren deze voor het bewuste onaanvaardbaar. Waardoor het bewuste deze dromen snel lieten vergeten.

Hierbij was het een poging van de geest om pijnlijke of onaanvaardbare onbewuste verlangens middels symboliek uit te drukken. Freud stelde dat als men samen deze symboliek en censuur zou kunnen analyseren, dit de onbewuste verlangens aan het licht zou kunnen brengen. Volgens Freud zou het analyseren van dromen gebruikt kunnen worden om psychische conflicten op te lossen en waren dromen een manier om ons zelf te leren kennen.

Door de groei van de neurobiologische wetenschap, waarbij slaapwetenschappers onderzoek naar dromen deden, kwam er steeds meer kritiek op de droomduidingstheorie van Freud.

In de jaren vijftig werd de REM-slaap ontdekt. Hierbij zou een stof geproduceerd door de pons, genaamd acetylcholine, de droomcyclys regelen.

De slaap kan verdeeld worden in vijf fasen, een cyclus die men meerdere malen doorloopt. Het eerste slaapstadium is een overgangsfase tussen waak- en slaaptoestand, wat maar 3-5 minuten duurt. Tijdens deze fase ontspannen je spieren, heb je het gevoel dat je ogen wegdraaien en kun je zelfs soms een schok, slaapstuit, ervaren. Deze fase gaat vervolgens over na de diepere slaap, die ongeveer 30 tot 40 minuten duurt. In deze fase zit men het langst gedurende de slaapcyclus.
Fase drie en vier is de zeer diepe slaap, waarbij men erg ontspannen is, een langzame hartslag heeft en diepe aanhaling heeft. Vanuit deze zeer diepe slaap gaat men over na de REM-slaap. Dit wordt ook wel de droomslaap genoemd. De REM-slaap zou zo een 20 tot 25 % van de slaapduur in beslag nemen. Tijdens de droomslaap zijn verschillende spieren verlamd, waardoor men niet zo maar de droom uit kan voeren.

Tijdens de REM-slaap zijn de hersenen bijna net zo actief als overdag, alleen lijkt de activiteit in andere gedeeltes plaats te vinden. Tijdens de REM-slaap zijn vooral het visuele gedeelte en het geheugen erg actief. Dit maakt dat de herinneringen in je droom levensecht kunnen voelen. Daarentegen hebben de gebieden van zelfreflectie en oordelende vermogen zeer lage tot geen activiteit tijdens de REM-slaap. Tijdens je droom ben je dus niet bezig met het zoeken naar een verklaring als er iets bizars gebeurd.

Volgens de activatie-synthesehypothese wordt gesteld dat er sprake is van willekeurige elektronische signalen, die gestuurd worden door de hersenschors/pons. Dit maakt dat de cerebrale cortex geactiveerd wordt in het brein. Door deze activering zouden verschillende emoties, herinneringen, verlangens en sensaties opgewerkt worden. Het brein probeert van deze willekeurige informatie een betekenis geheel te maken, wat uiteindelijk de droom vormt.

Vernieuwend breinonderzoek toont aan dat dromen zouden kunnen helpen bij het verwerken van herinneringen die sterke emoties zouden oproepen. Onderzoek laat hierbij zien dat tijdens het dromen er weinig noradrenaline aanwezig is, wat ervoor zorgt dat er geen lichamelijke reacties of emoties gekoppeld worden aan de herinneringen die tijdens de droom terug komen. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat emoties die het in je lichaam oproept bij een herinnering steeds minder worden doordat men droomt. Dromen zou hierbij kunnen helpen om bepaalde zaken, zoals rouw of depressie, te verminderen. Uit een onderzoek in Japan blijkt zelfs dat gescheiden vrouwen minder kans hadden op een depressie op het moment dat zij na hun echtscheiding heftige dromen hadden gehad.

Wetenschappers zijn op dit moment opzoek of men de verwerkende functie van dromen zou kunnen beïnvloeden en inzetten bij eventueel traumatische ervaringen. Daarnaast zijn er verschillende onderzoeken die stellen dat dromen te sturen of manipuleren zijn.

Add Comment

Required fields are marked *. Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>