1912

Als kind was hij al onzeker. Wanneer ze hem riepen om te komen voetballen kwam hij altijd als laatste aan bij het grasveld. Hij had namelijk tijd nodig. Tijd om zijn onzekerheid en zijn angsten te tackelen, om maar eens in voetbaltermen te blijven. Angst om te vallen, te missen, zich belachelijk te maken om dan, zoals het onder jongens van zijn leeftijd gebruikelijk is, uiteindelijk afgedankt te eindigen als keeper. Gelukkig hoefde hij de voor hem noodzakelijke voorbereidingstijd niet zelf te claimen. Het was zijn moeder die hem van denktijd voorzag. Voordat hij naar het veld mocht gaan zag zijn moeder er op toe dat zijn veters goed gestrikt waren, je kon er immers over struikelen als ze los raakten, en zorgde zijn moeder dat hij zijn scheenbeschermers aan had, je kon immers je scheenbeen breken als ze er hard tegen zouden trappen. Die tijd kon hij mooi gebruiken om na te denken. Nogmaals alle regels van het voetbal in zijn hoofd door te nemen, te bedenken wanneer je met je wreef moet trappen en wanneer met de binnenkant van je voet. Hoe je, met bril, moet koppen. Ondanks dat het hem lukte om zich op deze wijze door zijn jeugd te worstelen en hij nooit tussen de doelpalen is geëindigd, was hij, zoals zijn moeder al voorspelde, zijn hele leven altijd meer een denker dan een doener gebleven. Zijn vader heeft hij nooit gekend en ook nooit gemist en het altijd opzoeken van de veilige haven van zijn eigen denken heeft hij nooit ervaren als eenzaamheid.

Hij was nu 36, had een goede baan en op weg om in de Verenigde Staten een lezing te geven aan de Stanford Universiteit. Natuurlijk had hij eerst getwijfeld, had zijn oude bekende genaamd angst weer toegeslagen, maar durfde hij uiteindelijk te vertrouwen op zijn kennis en goede voorbereiding. De scheepsreis voelde ook als een avontuur en alhoewel hij wist dat schepen konden vergaan had hij zich goed ingelezen en durfde hij te vertrouwen op de onovertroffen kwaliteiten van dit schip. Toen de scheepsbel voor de eerste keer luidde was hij vreemd genoeg voor het eerst van zijn leven dan ook eerder nieuwsgierig dan bezorgd.

Hij had zijn eenpersoonscabine op het derde niveau, zo ongeveer 35 meter boven de zeespiegel. Zijn koffers stonden er al toen hij de cabine voor het eerst betrad. Het hout had een diep warme uitstraling en het koper glom hem tegemoet. Hij kon een glimlach niet onderdrukken en voelde zich zelfs bijna euforisch. Toen hij door de patrijspoort naar buiten keek zag hij het gekrioel van de mensen op de pier van de haven van Southampton. Alles kon hij nu achterlaten, de drukte, zijn altijd beschermende moeder en wellicht zelfs zijn oude zelf. Op naar het beloofde land, het land van de dappere en vrije geesten, zo fluisterde hij in zijn hoofd tegen zichzelf.

Na zich te hebben opgefrist en omgekleed ging hij op weg naar het dek. Een van zijn privileges, Stanford University had de hele reis betaald, was dat hij naar het eerste klas dek kon gaan. De zon scheen op deze mooie 10e april en de zee was zo strak als een biljart laken. Er waren nog meerdere dekchairs vrij en hij koos degene waarmee hij uitzicht had op de krioelende mensenmassa op de pier. Net toen hij zich goed had geïnstalleerd en zijn zonnebril had opgezet ging ze aan de reling staan, precies in zijn blikveld. Ze zwaaide naar iemand aan de wal en riep iets dat hij niet kon verstaan. Toen ze zich omdraaide kruiste haar blik de zijne. Getraind door jarenlange vrouwelijke afwijzing sloeg hij zijn ogen meteen neer. Toen hij weer opkeek was ze weg.

Omdat hij het belangrijk vond om precies te weten of de door hem vooraf bestudeerde plattegronden van het schip in de praktijk correct waren begon hij aan zijn wandeling van boeg tot achtersteven. In zijn aantekenboekje noteerde hij de bijzonderheden, waar de restaurants lagen, de kapitein verbleef, de machinekamer was, maar vooral hoe de vluchtroutes liepen.

Na deze grondige inspectie besloot hij voldaan en gerustgesteld zichzelf te trakteren op een sherry. En dat om 16.00 uur ’s middags. Hij was trots op zichzelf dat hij zich deze uitspatting permitteerde alhoewel de gewoonte hem dwong om over zijn schouder te kijken of zijn moeder hem niet van een afstand bestraffend toekeek. Oude gewoontes zijn moeilijk af te leren.

Zijn moeder was nu al 10 jaar dood was en toch voelde hij nog steeds haar ogen in zijn rug.

Denkend aan zijn moeder kwam zij plots op de kruk naast hem zitten. Ze had een andere jurk aan dan vanmorgen op het dek. Haar schouders waren ontbloot en hij dwong zich te focussen op de sherry in zijn glas. Ze lachte en vroeg aan de barman of ze ook een sherry mocht.

“Dat is lang geleden” zei ze tegen hem “dat ik nog een sherry dronk. Drink jij dat vaker?”. Zijn brein draaide op volle toeren. Wat moest hij nu zeggen? Moest hij ja zeggen omdat ze zelf  immers ook een sherry had genomen of moest hij nee zegen omdat ze wellicht vond dat het een oude dames drankje was? Toen hij haar eindelijk aankeek weigerden zijn stembanden uit voeren wat zijn brein hen opdroeg. In paniek sloeg hij de sherry in 1 teug achterover. Ze lachte hem aan en deed hetzelfde. “Nog een rondje barman” riep ze. En zo is het begonnen.

Hij kon vliegen. Weg onzekerheid, weg angsten. Luidkeels, zodat iedereen het kon horen, zwoer hij in een volle eetzaal, terwijl hij voor haar neerknielde, dat hij kon vliegen. Voor de eerste keer in zijn leven voelde hij de overweldigende zekerheid alles aan te kunnen, was hij niet meer bang om te vallen. Hij vloog. Daar op dat onzinkbare schip midden in de atlantische oceaan. Deze microkosmos waar hij haar en zij hem had gevonden. Het mooiste in het leven gebeurd inderdaad onverwacht, kan je niet plannen. Voor hem was dit een verbijsterende ervaring die al zijn zekerheden overboord gooide. Zijn exact voorbereide lezing voor de universiteit was plots oneindig onbelangrijk, zijn aantekenboekje met alle vluchtroutes een lachwekkende futiliteit. En voor het eerst in zijn leven keek hij niet meer om en was zijn moeder wat ze al 10 jaar was. Hij voelde een enorme drang zijn veters niet meer te strikken, om te struikelen en zo in haar armen te vallen.

Het was in de nacht van 14 op 15 april toen de scheepsbel voor de eerste keer afging. Nieuwsgierig naar wat er aan de hand was maakte hij haar wakker. Toen hij de deur van zijn cabine opende stond het water al in het gangpad en hij voelde dat het schip naar stuurboordzijde kantelde. Toen het licht doofde, het in de buik van het schip aardedonker werd en de paniek toesloeg wist hij zijn aantekenboekje te vinden dat hun de weg naar buiten wees. Op het dek aangekomen zag hij de vier schoorstenen in het koude maanlicht, hij hoorde het in doodsnood krakende onzinkbare schip, hij voelde hoe de dood hem met het stijgende ijskoude water meer en meer vastgreep. Toen hij uiteindelijk wegvloog had hij geen spijt. Hij had 4 dagen geleefd. Everybody’s gotta live and everybody’s gotta die.

11+Bein

Add Comment

Required fields are marked *. Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>